Boerderijleven

Het boerderijleven op onze hoeve
Vakantie in de Eifel

In de lente worden indien nodig de hekken gerepareerd of nieuw gebouwd, dan is de bodem nog vochtig en kunnen de palen makkelijk in de bodem worden geslagen.
De velden worden geëgd, waarbij alle molshopen worden geëgaliseerd, daarna wordt het land bemest en indien nodig nagezaaid. Om de zoveel jaar wordt het land nog met een wals bewerkt om de hooimachines te beschermen.
Na de lange winter wordt de schapenstal uitgemest.
Als het eerste verse groen komt, gaan de zwijnen en kalkoenen voor het mesten de stal in.
In mei is het tijd om de schapen te scheren.
De hooimachines worden onderhouden en geölied, zodat ze klaar zijn voor het hooien. Bij constante hoge luchtdruk wordt begin juli het gras gemaaid. Het blijft drie tot vier dagen liggen om te drogen en wordt dan één keer per dag geschud. Op de derde of vierde dag wordt het hooi geharkt zodat het door de balenpers kan worden opgeraapt. De balen worden op een hooiwagen geladen en naar de stal gereden.
Nadat de dieren de weilanden hebben afgegraasd, wordt het onkruid gemaaid. Aan het einde van de zomer worden de hooiweiden nog een keer gemaaid, deze tweede keer wordt het nagras of etgras (in het Duits Grummet) genoemd.
In de herfst worden de weilanden gesleept en de machines voor de winter voorbereid en in de schuur gezet.
De mestdieren worden geslacht en de fokdieren worden op stal gezet.
In de winter doe ik het onderhoud aan de heggen die bescherming tegen de wind bieden. Ook nodige reparatie- en renoveringswerkzaamheden worden in de winter gedaan.